Jurisprudentie

Filter
27-11-2023
Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2023:6930

Kort geding. De vorderingen tot nakoming van een postcontractueel non-concurrentiebeding zijn niet toewijsbaar. Grote kans dat in een (eventuele) bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het postcontractueel non-concurrentiebeding nietig is, omdat niet is voldaan aan alle in art. 7:920 lid 2 BW neergelegde vereisten. De vordering tot nakoming van tussen partijen gemaakte afspraken ter zake van het verschaffen van inzage in de boekhouding is wel toewijsbaar.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

22-11-2023
Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2023:6899

Vordering tot betaling van de franchisefee door franchisegever wordt toegewezen. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de franchisenemer dat hij niet gehouden is tot betaling van de franchisefee, omdat franchisegever tekort zou zijn geschoten in de op haar rustende verbintenissen voortvloeiend uit de franchiseovereenkomst. Verzuim aan de zijde van de franchisegever is niet komen vast te staan, de franchiseovereenkomst is niet ontbonden en de franchisenemer kan geen terecht beroep doen op opschorting van haar verplichting tot betaling van de franchisefee.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

08-11-2023
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2023:16665

Franchiseovereenkomst. Franchiseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd o.g.v. art. 3:40 lid 2 BW wegens strijd met dwingend recht (niet in acht nemen van standstillperiode van art. 7:914 lid 2 BW).

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

07-11-2023
Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2023:4612

Gedaagde heeft aan eiser een factuur gestuurd voor de betaling van de entreefee. Eiser heeft het bedrag betaald, maar vervolgens terugbetaling gevorderd, omdat gedaagde geen partij is bij de met eiser gesloten overeenkomst op grond waarvan eiser entreefee verschuldigd is. Eiser wordt in het gelijk gesteld. Gedaagde dient het bedrag terug te betalen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

07-11-2023
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2023:3676

Is er sprake van dwaling of onrechtmatigde daad van de franchisegever, nu de franchisenemer niet die omzet heeft gedraaid als in de omzetprognoses? Uiteenzetting juridisch kader omzetprognoses. Het Hof concludeert dat zij op dit moment onvoldoende informatie voorhanden heeft om een antwoord op de vraag te formuleren. Het Hof verwijst de zaak naar de rol en elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

25-10-2023
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2023:20322

Gedaagde sub 1 (een vof met als vennoot gedaagden sub 2 en 3) heeft een franchiseovereenkomst, een huurovereenkomst bedrijfsruimte, twee geldleningsovereenkomsten en koopovereenkomsten gesloten met (steeds één van de) eisers, ten behoeve van de exploitatie van een winkel. Wederzijds beroep op ontbinding overeenkomsten wegens wanprestatie. De rechtbank acht partiële ontbinding van de franchiseovereenkomst door gedaagde sub 1 gerechtvaardigd. Lotsverbondenheid met andere overeenkomsten? Tussenvonnis.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

11-10-2023
Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2023:5613

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2021:4426 en ECLI:NL:RBGEL:2023:966. Tweede incidentele vordering 843a Rv, thans met het oog op tegenbewijsopdracht, opnieuw afgewezen. Gevraagde bescheiden onvoldoende bepaald, niet duidelijk gemaakt hoe gevraagde bescheiden kunnen bijdragen aan te leveren tegenbewijs.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

26-09-2023
Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2023:2518

Een franchisenemer opent een tweede locatie zonder dat voor die locatie een afzonderlijke franchiseovereenkomst wordt gesloten. Franchisenemer betaalt franchisevergoeding voor deze locatie en de locatie wordt onder de naam van de franchiseketen gedreven. De vraag is of voor deze locatie ook het non-concurrentiebeding geldt zoals opgenomen in de standaard franchiseovereenkomst. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

14-09-2023
Hof van Justitie EU, RCR 2023/88

Rechtsvraag naar welke rechter bevoegd is. Twee partijen hebben een precontractuele overeenkomst gesloten die hen verplicht een franchiseovereenkomst te sluiten én voor één partij om een voorschot te betalen, die bij te late betaling verandert in een boete. Dit betreft geen overeenkomst voor de verstrekking van diensten in de zin van artikel 7 punt 1 onder b, tweede streepje Brussel I-bis. De rechterlijke bevoegdheid moet in dit geval bepaald worden overeenkomstig artikel 7 lid 1 onder a Brussel I-bis op basis van de plaats waar die verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

13-09-2023
Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2023:5198

Geslaagd beroep op ontbinding van de franchiseovereenkomst, vanwege verdenking van handel in drugs. Vordering tot betaling van openstaande facturen en geleden schade. Franchisegever wordt door de rechtbank in de gelegenheid gesteld de verschuldigdheid en omvang van de door haar gevorderde bedragen nader te onderbouwen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.