Jurisprudentie

Filter
13-12-2022
Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2022:2394

In kort geding stelt franchisegever dat franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst (“FO”) het in de FO opgenomen postcontractuele non-concurrentiebeding heeft geschonden door overdracht van de onderneming aan de vennootschap van zijn levenspartner, die voorheen ook in de onderneming werkzaam was. Ook de levenspartner van de franchisenemer en haar vennootschap zijn gedagvaard, omdat zij onrechtmatig zouden profiteren van deze tekortkoming. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. Omdat de termijn van het non-concurrentiebeding is verlopen, heeft franchisenemer in hoger beroep na appeldagvaarding haar eis gewijzigd (n.a.v. andersluidend vonnis van de bodemrechter). Franchisenemer heeft bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging, dit zou in strijd zijn met de twee conclusie regel en de goede procesorde. Het gerechtshof oordeelt dat de eiswijziging niet kan worden toegestaan, nu dat strijd met de twee conclusieregel en de goede procesorde zou opleveren. Het gerechtshof gaat dus uit van de vorderingen zoals opgenomen in de appeldagvaarding.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

30-11-2022
Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2022:10234

Tussen partijen is een geschil ontstaan over de uitvoering van een franchiseovereenkomst volgens de oppasformule ‘Nanny Nina’. Hoewel de franchiseovereenkomst is aangegaan tussen franchisenemer (eiseres) en de vennootschap onder firma Nanny Nina Services V.O.F. (franchisegever), heeft franchisenemer de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nanny Nina B.V. gedagvaard. Omdat dit niet de juiste wederpartij is wordt franchisenemer in haar vorderingen niet ontvankelijk verklaard. Nanny Nina B.V. vordert van haar kant veroordeling in de werkelijke proceskosten, omdat franchisenemer de zaak niet heeft ingetrokken en zo de kosten van Nanny Nina B.V. heeft laten oplopen. Hoewel franchisenemer op voorhand - en in elk geval vanaf het verweer in incident - had moeten begrijpen dat haar vordering jegens Nanny Nina geen kans van slagen had, acht de rechtbank de omstandigheden in dit geval niet zodanig dat sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Ook heeft de rechtbank bij gebreke van urenspecificaties de advocaatkosten niet op redelijkheid kunnen toetsen. Grond voor veroordeling in de werkelijke proceskosten ontbreekt daarom. Wel zal Nanny Nina zij worden veroordeeld in de proceskosten volgens het gebruikelijke liquidatietarief. Daarnaast is niet gebleken dat de schade die Nanny Nina stelt te hebben geleden is veroorzaakt door het conservatoir derdenbeslag dat franchisenemer ten laste van Nanny Nina B.V. heeft gelegd. De vordering tot betaling van schade wordt daarom afgewezen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

23-11-2022
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2022:11866

Rechtbank constateert overtreding van concurrentiebeding in franchiseovereenkomst door franchisenemer en overtreding van het verbod tot het doen van belastende verklaringen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

15-11-2022
Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2022:4671

Executiegeschil: partijen verschillen van mening over de uitleg van een eerder door de rechter aan eiseres opgelegd verbod en of eiseres door overtreding van het verbod dwangsommen is verschuldigd. Het verbod wordt uitgelegd en is ruimer dan waar eiseres van uitgaat. Dwangsommen zijn verschuldigd door eiseres. In reconventie wordt verhoging van de eerder opgelegde dwangsom gevorderd omdat die dwangsom geen voldoende financiële prikkel tot nakoming van het verbod is gebleken. Deze vordering wordt toegewezen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

02-11-2022
Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2022:6242

Er is geen sprake van een rechtens afdwingbare verplichting tot verbouwing van het franchisefiliaal. Ook als wel wordt aangenomen dat franchisenemer verplicht was om het filiaal te verbouwen, dan is het beroep op die afspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Franchisegever heeft de franchiseovereenkomst onregelmatig opgezegd en is gehouden hiervoor schade te betalen aan franchisenemer. Overige door franchisenemer ingestelde vergoedingen tot schade worden ook toegewezen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

12-10-2022
Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2022:5626

Mondelinge franchiseovereenkomst. Omdat het pand geen horecavergunning heeft, stop de franchisenemer binnen enkele weken met de exploitatie van de franchiseonderneming. Franchisenemer vordert betaling van de omzetafrekening. Franchisenemer heeft op zijn beurt een aantal facturen niet betaald en franchisegever vordert onder andere betaling daarvan. De vordering van franchisenemer wordt afgewezen, nu hij franchisegever niet in gebreke heeft gesteld. Franchisegever heeft ook tevergeefs een beroep gedaan op artikel 7:913 en artikel 6:228 BW.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

04-10-2022
Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2022:7655

Civiel recht. Kort geding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de franchisegever niet in strijd met de franchiseovereenkomst handelt door voor te schrijven dat voortaan nog maar met een vaste leadgenerator mag worden gewerkt. De vordering om de website waarop de leads binnenkomen, weer online te zetten, zodat de leadgeneratie door een andere leadgenerator kan worden voortgezet, wordt daarom afgewezen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

27-09-2022
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2022:3268

Franchiseovereenkomst. Ondeugdelijke omzetprognoses? Dwaling? Onrechtmatige daad van franchisegever wegens de verstrekte omzetprognoses? Beroep op overeengekomen nabetaling door franchisenemer bij tussentijdse beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

21-09-2022
Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2022:8818

Franchisenemer stelt zich op het standpunt dat tussen partijen een overeenkomst tot koop/overname van haar franchisevestiging tot stand is gekomen. Zij vordert daarvan betaling in deze procedure. De kantonrechter wijst de vordering in conventie af, gelet op de gemotiveerde betwisting van franchisegever. In reconventie wordt het verzoek van franchisegever tot betaling van verbeurde contractuele boetes toegewezen, omdat franchisenemer niet ter zitting is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. Franchisegever heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat franchisenemer meerdere activiteiten in strijd met franchiseovereenkomst heeft uitgeoefend.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

24-08-2022
Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2022:6869

Geschil in conventie en reconventie tussen een ex-franchisegever en -nemer en ex-verhuurder en -huurder, onder meer omtrent de vraag wie contractspartijen zijn.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.