Jurisprudentie

Filter
13-04-2021
College van Beroep voor het bedrijfsleven, ECLI:NL:CBB:2021:350 (1)

Beroep van de franchisenemers van Sandd en hun vereniging tegen het besluit van de staatssecretaris van EZK op grond van artikel 47, eerste lid, van de Mededingingswet tot het alsnog verlenen van een vergunning voor de concentratie tussen PostNL en Sandd. De franchisenemers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij binnen de beroepstermijn ook zelfstandig postvervoerder waren, en als zodanig, los van de franchiserelatie, als concurrenten van (Sandd en) PostNL tot de kring van belanghebbenden bij het bestreden besluit behoren. Nu de franchisenemers geen belanghebbenden zijn, kan ook hun vereniging, als statutair behartiger van hun collectieve belangen, niet als belanghebbende worden aangemerkt. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsbepalingen: artikel 1:2, eerste lid en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 47, eerste lid, van de Mededingingswet.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

31-03-2021
Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2021:3039

Incident. Ontvankelijkheid. Rechtsvordering betreft anders, dan gedaagde aanvoert, geen collectieve actie ex art. 3:305c BW maar een rechtsvordering krachtens een aan eiser verstrekte last en volmacht tot incasso. Titel 14 Rv niet van toepassing. 

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen

30-03-2021
College van Beroep voor het bedrijfsleven, ECLI:NL:CBB:2021:350

Beroep van de franchisenemers van Sandd en hun vereniging tegen het besluit van de staatssecretaris van EZK op grond van artikel 47, eerste lid, van de Mededingingswet tot het alsnog verlenen van een vergunning voor de concentratie tussen PostNL en Sandd. De franchisenemers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij binnen de beroepstermijn ook zelfstandig postvervoerder waren, en als zodanig, los van de franchiserelatie, als concurrenten van (Sandd en) PostNL tot de kring van belanghebbenden bij het bestreden besluit behoren. Nu de franchisenemers geen belanghebbenden zijn, kan ook hun vereniging, als statutair behartiger van hun collectieve belangen, niet als belanghebbende worden aangemerkt. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsbepalingen: artikel 1:2, eerste lid en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 47, eerste lid, van de Mededingingswet.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

16-03-2021
Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2021:2277

Gecombineerde verzoeken ex artikel 202 Rv (deskundigenbericht) en 843a Rv (exhibitieplicht). Rechtmatig belang. Bewijspositie. Verzoeken grotendeels afgewezen.

 Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

16-03-2021
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2021:746

Omvang schadevergoeding na opzegging franchiseovereenkomst, welke opzegging (gelet op de gehanteerde termijn en de wijze waarop de opzegging financieel en anderszins is afgewikkeld) een tekortkoming van de franchisegever oplevert (en een onrechtmatige daad van een bij de opzegging betrokken andere vennootschap die deel uitmaakt van hetzelfde concern als de franchisegever); uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

09-03-2021
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN, ECLI:NL:GHARL:2021:2263

Pensioenrecht. Activiteiten franchisenemers, behorende pizza-keten, vallen onder Verplichtstellingsbesluit Detailhandel.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

24-02-2021
RECHTBANK OVERIJSSEL, ECLI:NL:RBOVE:2021:877

Geschil tussen franchisegever en (ex-)franchisenemer. De franchiseovereenkomst tussen partijen is door franchisegever opgezegd. Franchisegever verlangt nu nakoming van het non-concurrentie- en relatiebeding. De voorzieningenrechter overweegt dat dat een non-concurrentiebeding en een relatiebeding in een franchiseovereenkomst, als waarvan in dit geding sprake is, er primair toe strekken de franchisegever in staat te stellen zijn knowhow aan de franchisenemer over te dragen en deze de nodige bijstand bij de toepassing van zijn methoden te kunnen verlenen, zonder het risico te lopen dat die knowhow en die bijstand zij het ook maar indirect aan concurrenten ten goede komen. De vraag die derhalve beantwoord dient te worden is of sprake is geweest van overdracht van knowhow aan gedaagde. De voorzieningenrechter overweegt eerst welke definitie er aan knowhow moet worden gegeven. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat eiser onvoldoende heeft gesteld om tot het oordeel te komen dat er sprake is van overdracht van kennis en informatie die aan de definitie van knowhow voldoet, zodat eiser onvoldoende belang heeft bij haar vorderingen. Eiser wordt daarom niet-ontvankelijk in haar vorderingen verklaard.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

29-01-2021
HOGE RAAD, ECLI:NL:HR:2021:153

Verbintenissenrecht. Huurrecht bedrijfsruimte. Aansprakelijkheid verhuurder voor schade veroorzaakt door gebrek in het gehuurde (aanwezigheid asbest); art. 7:208 BW. Beroep op exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:248 lid 2 BW; vereiste terughoudendheid; motivering.

 

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

28-01-2021
RECHTBANK ROTTERDAM, ECLI:NL:RBROT:2021:637

Uitwerking franchise-overeenkomst met verplichte leverancier; substantiëringsplicht art 21 jo 111 Rv; verrekening; uitstellen opeisbaarheid veroordeling; art 3:53 lid 2 BW geheel of ten dele buitenwerkingstelling terugwerkende kracht vernietiging; geen salarispunt voor dagvaarding.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

20-01-2021
RECHTBANK ROTTERDAM, ECLI:NL:RBROT:2021:657

Geen schending door franchisenemer van non-concurrentiebeding in franchiseovereenkomst.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.